Rijden en rijbewijs

Voor het bekomen en het behouden van een rijbewijs is de lichamelijke toestand en/of ziekte een belangrijke zaak.

De wetgeving over het rijbewijs heeft een bijlage 6 met betrekking tot de minimumnormen en attesten inzake de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig.

Deze bijlage beschrijft de functionele stoornissen en aandoeningen die de uitsluiting tot gevolg hebben en de geneeskundige normen waaraan de kandidaat voor een rijbewijs of een voorlopig rijbewijs en de houder van een rijbewijs moeten voldoen.

Ook Apneu is beschreven, in hoofding 4 Pathologische somnolentie

4.1 De kandidaat met pathologische somnolentie of bewustzijnsstoornissen ten gevolge van het narcolepsie/cataplexiesyndroom of het slaapapneusyndroom is niet rijgeschikt.

4.1.2 De geneesheer, gekozen door de kandidaat, verwijst deze naar een neuroloog, voor het inwinnen van een neurologisch advies betreffende de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan.

4.1.4 De kandidaat met een slaapapneusyndroom kan rijgeschikt worden verklaard één maand na het instellen van een succesvolle behandeling.

De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid bedraagt maximum twee jaar, is de kandidaat, na deze periode, nog steeds vrij van de stoornis kan een rijgeschiktheid zonder beperking van de geldigheidsduur worden afgeleverd.

Tot daar de wettekst. Het is dus uitermate belangrijk dat de patiënt ieder jaar een bezoekje brengt aan de pneumoloog / slaaparts ten einde een bewijs te hebben m.b.t. de controle van de succesvolle behandeling.

Dit deeltje van de wettekst heeft enkel betrekking op normen voor kandidaten van het rijbewijs groep 1. Kandidaten voor groep 2 ( vrachtwagens – personenwagens tijdens betaalde opdracht, eventueel met collega’s) kunnen een rijgeschiktheid bekomen van max. 1 jaar en nadien volgens de geplogenheden van art 44 van het KB van 23 maart 1998. In bepaalde omstandigheden is dit een zaak voor een bedrijfsarts.

Wijziging Wet op het Rijbewijs op 10 augustus 2016

De Belgische Wetgeving op het Rijbewijs van 23 maart 1998, werd aangepast aan de Europese Richtlijn op 10 augustus 2016

Rijgeschiktheid slaapapneupatiënten: van toepassing bij patiënten met matig tot ernstige slaapapneusyndroom mét pathologische slaperigheid. Voor de pathologische slaperigheid zijn er geen objectieve criteria vastgelegd, ze wordt beoordeeld door de arts. (Pathologisch betekent ziekelijk, naar een ziekte (aandoening) verwijzend, een slaperigheid als gevolg van te weinig slaap is niet pathologisch)

Categorie Onbehandeld Bij eerste controle
na >1 maand adequate behandeling
Bij controle op lange termijn
1
(particulieren)
Niet rijgeschikt  Terug rijgeschikt voor max. 2 jaar

Na 2 jaar adequate behandeling:
Rijgeschikt voor onbepaalde duur

2
(beroepschauffeurs)
Niet rijgeschikt Terug rijgeschikt voor max. 1 jaar

Na 1 jaar adequate behandeling:
Rijgeschikt voor 5 jaar (<50 jaar)
Rijgeschikt voor 3 jaar (≥50 jaar)

Voorwaarde: Vrij van de stoornissen of de anomalieën. Adequate medische opvolging en therapietrouw zijn vereist.

Definities:

  • Matig slaapapneusyndroom: AHI tussen 15 en 29 (keuze cut-off op basis van EU Richtlijn 2014/85/EU)
  • Ernstig slaapapneusyndroom: AHI ≥30 (keuze cut-off op basis van EU Richtlijn 2014/85/EU)